Van pup tot volwassen hond

De inprentingsfase – 4de tot 7de week

De pup verlaat het nest

Als de pup voor de eerste keer het nest verlaat, treedt een nieuwe levensfase in, die ongeveer tot aan het einde van de derde maand duurt. De eerste drie weken in de geborgenheid van het nest waren eigenlijk een voortzetting van de groeiperiode in het moederlichaam, zij het onder heel andere omstandigheden, maar nu begint de pup actief aan ‘de strijd om het bestaan’ deel te nemen. Nu pas ziet hij bewust de dingen om zich heen. Bij het begin van de vierde week zien we een reeks van gedragingen optreden, die we voordien nog niet hebben waargenomen. Tegelijkertijd leert de pup veel en wel in een verbazingwekkend tempo. Het leven van de pups kenmerkt zich in dit stadium door nieuwsgierigheid en leergierigheid. Alles onderzoeken ze en ze proberen op alles, wat ze te pakken krijgen onderzoekend te klauwen.

Aangeboren leerdispositie

Voornamelijk door het baanbrekende werk van Irenäus Eibl-Eibesfeldt weten we dat in het dierenleven een aangeboren leerdispositie een belangrijke rol speelt. Ze hebben aanleg om dingen van levensbelang zeer snel en gemakkelijk te leren. In de meeste gevallen vullen deze specifieke begaafdheden de al aanwezige erfcoördinaten aan en breiden de activiteiten hiervan uit.

Onderscheid inprenting en socialisatie

In de moderne literatuur wordt de periode tussen het voor het eerst verlaten van het nest en het einde van de derde maand, de tijd van socialisering genoemd. Het eerste gedeelte van deze fase, ongeveer tot aan het eind van de zevende week, kenmerkt zich duidelijk door een zo typerend leerverschijnsel dat dit als aparte fase beschouwd mag worden. Het leren wordt vooral bepaald door veel geprogrammeerde leerbegaafdheden, die sterk aan deze periode zijn gebonden en die het geleerde voor het hele leven vastleggen. Wat in deze periode niet wordt geleerd, kan nooit meer worden ingehaald. De socialisering hierna heeft veel meer plaats vanuit de pup zelf en dan wordt het leren hoofdzakelijk bepaald door wat soortgenoten hem leren en voordoen.

Daarom maken we een indeling in inprentingsfase  (vierde tot en met zevende week) en de eigenlijke socialiseringsfase (achtste tot en met twaalfde week).

Relatie hond en mens

Deze inprenting bepaalt onder andere ook de toekomstige verhouding van de hond tot de mens. Als we de jongen gedurende deze periode dagelijks de gelegenheid geven zich met onze handen bezig te houden, groeien ze op tot honden die graag contact met mensen hebben. Bieden we deze gelegenheid weinig, groeien ze op tot ‘contactarme’ dieren. Vermijden we in deze periode helemaal dat de pup ons besnuffelt, zal er later tussen mens en dier geen enkel contact mogelijk zijn, ook al zijn we nog zoveel met de hond bezig. Het beste dat we kunnen bereiken, is een zekere tamheid. Gedragen we ons echter wat onhandig, wordt de hond een angstbijter.

Het is niet voldoende dat de pup dagelijks mensen ziet en het is ook niet voldoende als hij dagelijks uit de handen van de mens zijn eten krijgt. Hij moet onvoorwaardelijk aanrakingscontact hebben, waarbij de geur dan waarschijnlijk het belangrijkste is. Hij moet ook door meerdere, verschillende mensen ‘gestreeld’ worden, dan zal hij later alle mensen als zijn soortgenoten gaan beschouwen en tegenover hen hetzelfde gedrag kunnen vertonen als tegenover andere honden.

Inprenting niet selectief

Dit proces is weinig selectief, zoals de hondenetholoog Fox heeft aangetoond, toen hij chihuahuapups in de inprentingsfase bij een nest katten voegde en door de poes liet grootbrengen. Katten werden hun soortgenoten en toen ze later werden geconfronteerd met ‘normaal’ opgegroeide honden van hun ras, wisten ze niet hoe ze zich tegenover die moesten gedragen. Ook de experimenten van Konrad Lorenz zijn wellicht bekend, waarin hij ganzen inprentte op gestippelde laarzen en andere op gestreepte laarzen. De ene groep volgde uitsluitend een persoon die de gestippelde laarzen droeg, de andere een persoon die gestreepte laarzen droeg. Aardig om in dit verband te vermelden, is dat bijvoorbeeld in de Abruzzen, een bergachtige regio in Italië, de schaapherders de pups van hun Abruzzese Berghonden in de inprentingsfase tussen de kudde schapen laten. Hierdoor zijn deze honden zo ingeprent op de schapen dat ze die als hun soortgenoten beschouwen, als hun eigen roedel in feite.

Voedselkeuze, drukte in het verkeer, autorijden, drukte in de stad, dit zijn zomaar een handvol situaties waarop de pup in deze fase kan worden ingeprent en die hij dan in zijn latere leven als volstrekt normaal beschouwd en waar hij op een ‘normale’ manier op reageert.

Wie ben ik

Joep de Keyzer
  • Joep de Keyzer

  • Gediplomeerd hondengedragstherapeut
  • Ervaren docent en coach
  • Expert op het terrein van gedragsleer en het natuurlijk gedrag van de hond

Contact

Nieuwsgierig geworden. Heeft u vragen. Of wilt u afspreken? Neem contact op!

  • Praktijk voor hondengedrag Lykeios

  •  Emmastraat 4, 7101 CD Winterswijk
  • Spreekuur Dierenkliniek de Pijp

  •   Ceintuurbaan 199, 1074 CV Amsterdam